|
Leerdoelen |
T0 |
T1 |
|
Aan het eind van dit
hoofdstuk moet je: |
|
|
|
De definitie of eigenschappen en bijbehorende eenheden van de volgende begrippen kunnen opschrijven/noemen: |
|
|
|
Magnetisme, magneetpolen, Noordpool, zuidpool, krachtwerking, magnetische influentie, magnetisch veld, magnetische inductie, veldlijn, veldlijnenpatroon (overigens staan magnetische veldlijnen niet noodzakelijkerwijs loodrecht op de magneet), veldlijnendichtheid, homogeen magnetisch veld, elektromagneet, relais, lorentzkracht, elektromotor, poolschoen, collector, koolborstel |
|
|
|
Het veldlijnenpatroon van een staafmagneet, rechte stroomdraad en een stroomspoel kunnen schetsen. |
|
|
|
Het verband tussen de richting langs een veldlijn en de ligging van noord- en zuidpool kunnen noemen |
|
|
|
Het veldlijnenpatroon van een homogeen magnetisch veld kunnen tekenen |
|
|
|
De eigenschappen van een homogeen magnetisch kunnen noemen |
|
|
|
De bouw en de werking van een relais beknopt kunnen beschrijven |
|
|
|
De formule voor de grootte van de lorentzkracht kunnen opschrijven |
|
|
|
De afbuiging van bewegende geladen deeltjes in een magnetisch veld kunnen beschrijven |
|
|
|
De beeldbuis van een monitor of tv als toepassing van de afbuiging van bewegende geladen deeltjes in een magnetisch veld kunnen noemen |
|
|
|
De werking van de lorentzkracht op een stroomspoel of draadraam kunnen beschrijven |
|
|
|
De betekenis weten van de volgende symbolen: B, l, Fl,
en de eenheid Tesla |
|
|
|
Gebruik maken van de formules: |
|
|