Project ak + la + nask                 

Klas

Maart 2005                                                                               vwo-2; na; Ks

Pompeď

 


De thermen: het Romeinse badcomplex
De thermen: het Romeinse badcomplex

 

De thermen van het forum in Pompeď

 


Romeinen vonden baden gezond en ontspannend. Hun

badgebouwen, de thermen, zijn dan ook in alle uithoeken

van het Romeinse rijk terug te vinden.

Ook in Pompeď stonden thermen, nabij het forum langs de

Via del Foro. De Via delle Terme is de belangrijkste toegang

tot de thermen van het forum. Deze thermen waren vooral

bedoeld voor de reizigers die van buiten de stad kwamen. De

thermen van het Forum waren de kleinste, maar wel de mooiste

in Pompeď. Ze hadden alle ruimtes die nodig waren voor een compleet bad. Kleedkamers, baden met koud, lauw en warm water en aparte afdelingen voor mannen en vrouwen. Een badhuis dus, compleet met wachtkamer, warm bad (tepidarium), heet bad (caldarium) en koud bad (frigidarium). Je kan er ook nog resten zien van fresco’s op de muren van het badhuis.  

Het centrale verwarmingssysteem werd in ca. 80 voor Chr. uitgevonden door Gaius Sergius Orata. De vloeren van de caldaria en tepidaria werden opgehoogd door middel van kleine zuiltjes. De ruimten die op deze manier ontstonden werden gevuld met hete lucht, afkomstig van stookruimten.

 

De thermen van Coriovallum

De stad Heerlen in Zuid-Limburg, die in de Romeinse tijd Coriovallum heette, bezat een heus badcomplex dat rond 100 na Christus werd gebouwd, en tot in de 4de eeuw is gebruikt. Het was waarschijnlijk bedoeld voor soldaten, al zullen ook burgers de thermen hebben bezocht. De entreeprijzen mochten geen belemmering vormen; ze waren laag en voor iedereen betaalbaar. Mannen en vrouwen kwamen er baden, maar hoogstwaarschijnlijk niet tegelijkertijd. Gemengd baden was verboden. Deze regel werd niet in elke periode strikt nageleefd. Dit blijkt uit het feit dat keizer Hadrianus tijdens zijn regeringsperiode uitdrukkelijk de 'balnea mixta' verbood. In sommige badhuizen waren er gescheiden afdelingen. Als een badhuis dit niet had, baadden de mannen en vrouwen om de beurt. De vrouwen 's ochtends en de mannen 's middags.
Het badritueel was niet alleen goed voor de gezondheid van lichaam en geest; het gebouw was ook een sociale en zakelijke ontmoetingsplaats. De aanwezigheid van een eettentje, winkels,
bibliotheken, cafe's, een sportruimte, tuinen, een massageruimte en toiletten zorgden ervoor dat de bezoekers met gemak een paar uur konden blijven.
Vondsten van olie- en parfumflesjes, manicuresets, waterbekkens, schalen en schraapijzers (strigiles) laten zien dat het baden zelf in deze tijd meer was dan alleen schoonspoelen.
Als men ging sporten, smeerde men zich eerst in met olijfolie. Dit deed men, omdat men dan na het sporten de olie samen met het vuil en zweet en met behulp van een strigilis makkelijk van het lijf kon halen. Een verblijf in de thermen stond gelijk aan uitgebreide lichaamsverzorging. Overigens was dit al zo bij de oude Grieken.

Het badgebouw van Coriovallum is nog altijd te bezoeken omdat er een museum overheen is gebouwd. Een reconstructie van dit badhuis is bovendien te vinden in het themapark Archeon in Alphen aan den Rijn. Andere badgebouwen in Nederland zijn niet meer zo uitvoerig bewaard, maar de ligging is nog wel bekend.

                                                                                                         

 

 

 

                                                                                     Overzicht van de opgraving van de Heerlense                                                                                       Heerlense thermen (links) en de nagebouwde thermen in Archeon.            nagebouwde thermen in Archeon boven).                      

           

 

 

Koud, lauw, warm en heet

De kleedruimte van het badgebouw heette het apodyterium, en lag uiteraard bij de ingang. Hierachter lag het frigidarium, het koudwaterbad, gevolgd door het lauwwaterbad. Dit tepidarium was vooral een ruimte om te rusten en je te laten masseren. Het vertrek werd geflankeerd door het sudatorium, de zweetruimte, en het heetwaterbad ofwel caldarium. Buiten waren bovendien nog een openluchtbad (natatio) en een sportruimte (palaestra) te vinden.
Voor de aan- en afvoer van water was in Coriovallum handig gebruik gemaakt van de natuurlijke situatie. Schoon water uit de Caumerbeek kwam het hoogstgelegen deel van het badhuis binnen en het vuile water verliet het terrein in de richting van de lager gelegen Geleenbeek.
De Romeinen gebruikten zelfs vloer- en wandverwarming (hypocaustum, van de Griekse  woorden voor "onder" and "brandend”) in hun badcomplexen. De vloertegels rusten daarbij niet op de grond, maar op stapels stenen. De holle ruimte kon vanuit een stookplaats worden verwarmd met hete lucht. Holle buizen (tubuli), ingemetseld in de muur, vormden op dezelfde manier de wandverwarming.

.

 

 

 

                                                                                                                      Reconstructie van een frigidarium

                              

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zicht op de koudwaterbadzaal, het frigidarium. op de voorgrond een van de dompelbaden

 

 

 

De warmwaterbadzaal, het caldarium, met de resten van het vloerverwarmingssysteem.
Op de voorgrond een deel van het koudwaterbekken of labrum

 

 

 

Een bronzen badflesje en een bronzen strigilis

aan een ring, tweede eeuw, gevonden te Maastricht

 

Zicht op de warmwaterbadzaal, caldarium (links), de overgangszaal, tepidarium (midden) en de koudwaterbadzaal, frigidarium (rechts).
Op de achtergrond de ronde zweetruimte, sudatorium.

 

 

 

 

De resten van het Romeins Vloerverwarmingssysteem van de thermen.

 

Op deze manier werd het bad verwarmd:
Slaven
stookten een groot vuur (8) (met hout of houtskool) in het stookhok (fornicatorium, praefurnium) achter het warmwaterbad. Op de oven stond een grote, bronzen ketel waarin het water voor het warmwaterbad werd verwarmd. Het water komt via waterspuiters in de baden terecht. Het echte geheim van het badhuis is echter de verwarming van vloeren en muren. De rook van het fornicatorium wordt onder de vloer door geleid. In de figuur zie je de warme lucht van dit vuur via de rode pijlen (zie plaatje) onder het bad door gaan. De warme lucht kon daar stromen, omdat het bad door pijlers van tegels (7) boven de vloer lag. De grote draagtegels (6) en de mortelvloer (5) werden zo verwarmd en boven de mortelvloer bevond zich het water, dat dus werd ook verwarmd. De vloer is gebouwd op zuiltjes. In de muren zijn holle bakstenen ingemetseld waardoorheen de hete lucht uit de oven ook werd geperst. Men noemt dit systeem een hypocaustum. Dit is een klassiek voorbeeld van het optimaal gebruik van energie. De warme lucht stroomde ook tussen de buitenmuur (1) met de pleisterlaag (2) en het beschilderd stucwerk (4) door de wandverwarmingsbuizen (3). Zo werden de muren ook verwarmd.
 

 

 

Links

 

De thermen van Caracalla in Rome

 http://www.pbs.org/wgbh/nova/lostempires/roman/day.html

 

De thermen in Themapark Archeon in Alphen aan den Rijn

 

http://www.archeon.nl/lang_nl/parkgids/21.htm

 

Het thermenmuseum in Heerlen

 

http://www.thermenmuseum.nl/test2/defaultnl.asp


Opdrachten

 

1.                  Bestudeer (herhaal) het Overzicht van hoofdstuk 1 “Verbranden en verwarmen” uit Pulsar basisvorming plus NaSk havo vwo deel 1. Dit vind je op pagina 26. 

2.                  Bestudeer (herhaal) de Verdieping “Branden en blussen” van hoofdstuk 1 “Verbranden en verwarmen” uit Pulsar basisvorming plus NaSk havo vwo deel 1. Die vind je op pagina 30. 

3.                  Bestudeer (herhaal) paragraaf 7.2 “Zwaartekracht meten” van hoofdstuk 7 “Krachten” uit Pulsar basisvorming plus NaSk havo vwo deel 1. Die vind je op pagina 163. 

4.                  Markeer de ligging van de “thermen van het forum” op onderstaande kaart van Pompeď. Doe hetzelfde voor het amfitheater, de tempel van Jupiter en het forum. Waren er nog andere thermen in Pompeď? Zo ja, geef de ligging aan op het kaartje.

 

 

5.                  Orden de volgende baden in volgorde van toenemende temperatuur. Om het moeilijker te maken, zijn niet alle volgende termen namen van baden. Zet die laatste termen in een apart rijtje met erachter wat de term inhoudt.

tepidariumapodyteriumfrigidariumstrigilis - caldarium – palaestra

 

6.                  Deze opgave gaat over het fornicatorium.

a.       Geef hiervoor een andere Latijnse term.

b.      Noem twee gebruikte brandstoffen in het fornicatorium.

c.       Aan welke twee andere voorwaarden van de branddriehoek moeten worden voldaan om een vuur te stoken? Hoe deed men dit in de praktijk?

d.      Wanneer is er in het fornicatorium sprake van een volledige verbranding?

e.       Welke twee stoffen ontstaan bij een volledige verbranding?

f.        Welke stoffen kunnen ontstaan bij een onvolledige verbranding?

g.       Noem een overeenkomst tussen een fornicatorium en de moderne cv-ketel.

h.       Noem twee belangrijke verschillen tussen een fornicatorium en de moderne cv-ketel.

 

7.                  Het water voor het warmwaterbad werd verwarmd in een bronzen ketel.

a.       Zoek op wat brons is (encyclopedie, internet, …)

b.      Welke manier van warmtetransport treedt op bij een bronzen ketel?

c.       Waarom is de ketel juist van brons gemaakt?

 

8.                  De opgave gaat over het hypocaustum.

a.       Waarvoor staat deze Latijnse term?

b.      Waarvoor dienen de stapels stenen (tegels, zuiltjes)?

c.       Van welke manier van warmtetransport is hier sprake?

d.      Welke twee “soorten” stoffen kunnen op deze manier warmte vervoeren?

e.       Wat is een tubulus?

f.        Van welke vorm van warmtetransport is er sprake bij het vervoer van warmte door een tubulus?

 

Het warmtetransport in een Romeins badhuis komt op een belangrijk fysisch  punt overeen met dat bij een moderne centrale verwarming.

g.   Wat is fysisch? En fysica? Zoek eventueel op (woordenboek, encyclopedie, internet, …)

h.       Welke overeenkomst wordt bedoeld?

i.         Noem ook een belangrijk verschil tussen dat warmtetransport in beide systemen.

j.        Is warmtetransport een fysisch, chemisch (scheikundig) of biologisch proces? Leg volledig uit. 

 

9.                  Deze opgave gaat over het sudatorium.

a.       Waarvoor staat deze Latijnse term?

b.      Transpireren is een manier van het lichaam om af te koelen. Leg uit hoe dit tot afkoeling leidt.

 

10.              De aan en afvoer van water was in Coriovallum handig geregeld.

a.       Van welke kracht maakte men hierbij gebruik?

b.      Stel dat er in een bepaalde tijd uit 1500 L water uit de Caumerbeek het badhuis in stroomt. Bereken de kracht waarmee de aarde aan deze hoeveelheid water trekt.

 

In opgave b ben je uitgegaan van twee zaken, namelijk dat 1 L water een massa heeft van 1 kg en dat de aarde aan een massa van 1 kg met een kracht van 10 N trekt. Dat doe je ook bij s.o.’s en proefwerken! Voor deze getallen kun je eigenlijk nauwkeurigere waarden aangeven. Dat doen we in opgave c t/m i. Van water is namelijk bekend dat de dichtheid (de massa van water per dm3) gelijk is aan 0,998 kg/dm3. Verder is bekend dat de zwaartekrachtconstante op aarde 9,81 N/kg bedraagt.

Stel je een frigidarium voor met een lengte van 3 m, een breedte van 20 dm en een waterhoogte van 25 cm.

c.       Bereken het volume (de inhoud) in dm3 (= L) van het water in het frigidarium.

d.      Bereken de massa van het water in het frigidarium.

e.       Bereken de kracht waarmee de aarde aan deze hoeveelheid water trekt.

 

Stel dat Caecilius 1996 g water heeft gegoten in een frigidarium.

f.        Bereken het volume (de inhoud) in dm3 van het water in het frigidarium.

 

Nu brengt hij dit water over in een caldarium.

g.       Verandert het volume van het water? Zo ja, hoe?

h.       Verandert de massa van het water? Zo ja, hoe?

 

Het volume van het water in het caldarium blijkt nu 2,1 L te zijn geworden.

i.         Bereken de dichtheid (in kg/dm3) van het water in het caldarium.

j.        Welke conclusie kun je trekken voor het verband tussen de temperatuur en de dichtheid van water?

 

11.              Metella heeft een thermometer geijkt door hem achtereenvolgens in smeltend ijs en in kokende alcohol te houden. Bij beide waarden van de temperatuur heeft ze een streepje op de stijgbuis gezet. Tussen de streepjes meet ze een afstand van 12 cm. Gegeven is dat het kookpunt van alcohol ligt bij 78˚C.

a.       Met deze thermometer bepaalt Metella de temperatuur van het water in een tepidarium. De vloeistof in de stijgbuis komt tot 38 mm. Bereken de temperatuur van het water in het tepidarium.

b.      Metella heeft een pan met kokend water. Ook daarvan bepaalt ze de temperatuur. Bereken hoe hoog de vloeistof nu in de stijgbuis komt (aannemend dat de stijgbuis lang genoeg is).

 

12.              Ga naar de website over de thermen van Caracalla in Rome. Het adres is eerder

genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Op de site vind je een tekening van de thermen van Caracalla, met daarin genummerd de diverse ruimten. Klik op de nummers 1 t/m 10 en beschrijf kort de naam en functie van de verschillende ruimten.

 

13. Terug naar Pompeď, naar de ramp in het jaar 79 na Chr.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


                                                          

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                        Frigidarium van de thermen van het forum, Pompeď.

 

We hebben een ooggetuigenverslag van de verschrikkelijke uitbarsting van de vulkaan Vesuvius in 79 na Christus. De Romeinse schrijver Plinius logeerde toen juist bij zijn oom. Hij schreef: "Op 24 augustus, rond 1 uur 's middags, maakte mijn moeder mijn oom op een rare wolk opmerkzaam. We begrepen eerst niet, maar later wel dat deze van de Vesuvius kwam. De wolk leek op een pijnboom, omdat hij eerst hoog opsteeg als een stam en daarna in takken uiteen waaierde." Al snel kwamen de mensen in de stad in gevaar. Velen konden op tijd vluchten. Maar van de 20.000 inwoners stierven er toch nog 2.000. Ze stierven door verstikking, instortende huizen of lavasteen. Pas 3 dagen later trok de rook een beetje weg en was te zien dat de stad onleefbaar was geworden. De stad lag op een afstand van 8,5 kilometer van de Vesuvius en lag nu onder een 4 meter dikke laag as en steen. 1800 Jaar later werd de stad langzaam beetje bij beetje opgegraven.

 

a.                               Noem een proces waarbij as ontstaat.

b.      Is het ontstaan van as een fysisch, chemisch (scheikundig) of biologisch proces? Leg volledig uit. 

c.       Bekijk nog eens de plattegrond van de thermen van Pompeď op de voorkant

van dit lespakket. Noteer de Latijnse namen van de drie verschillende badruimten en hun Nederlandse vertalingen. Orden de baden in volgorde van afnemende temperatuur.