| De
'Evertsen' is genoemd naar het roemvolle Zeeuwse zeeheldengeslacht
dat met 13 leden - van wie er 7 gesneuveld zijn - de Staat der Neder-landen
heeft gediend, en waarvan de belangrijkste waren luitenant-admiraal
van Zeeland Jan Evertsen en luitenant-admiraal van Zeeland Cornelis
Evertsen. Van het begin van onze opstand tegen Spanje tot lang na
het einde van onze Gouden Eeuw hebben Evertsens op de oorlogsvloot
gediend. Soms vier, vijf tegelijk. Allen hebben zonder uitzondering
met ere gediend, en steeds onder de admiraliteit van Zeeland. De grootste
van deze Zeeuwse heldenfamilie was Jan of Johan Evertsen, die zijn
grote ga-ven meer dan een halve eeuw aan het gemenebest gaf, waar-van
dertig jaren als bevelhebber der Zeeuwse scheepsmacht. Jan Evertsen
werd in het jaar 1600 geboren. Zijn leerschool werd gevormd door de
harde praktijk van de oorlog tegen de kapers en zeerovers, die tijdens
het Twaalfjarig bestand uiterst actiefwaren. Spoedig na het hervatten
van de strijd tegen Spanje, in 1621, kreeg Jan Evertsen een eigen
schip. |
Hij
nam deel aan verschillende tochten en zeeslagen: naar in Spanje,
Brazilië, Chili, Peru, Cadiz en Frankrijk. In 1628 werd hij bevorderd
tot schout-bij-nacht van Zeeland, welke rang in dat gewest toentertijd
met commandeur werd aan-geduid. Als zodanig verleende hij met zijn
eskader konvooi aan de door Piet Heyn veroverde schatten van de
Zilvervloot. In 1631 onderscheidde hij zich in de vloot die een
grote Spaanse transportvloot in het Slaak versloeg. In 1636 slaagde
hij erin een grote Duinkerkse kapervloot te verslaan en de admiraal
der Duinkerkers ge-vankelijk aan wal te brengen. In 1637 werd hij
bevorderd tot viceadmiraal. In 1639 (Duins) onderscheidde hij zich
bijzonder en werd hij beloond met een gouden ketting. In 1664 werd
Jan Evertsen bevorderd tot luitenant-admi-raal. Met hem dienden
zijn jongere broer Cornelis als vice-admiraal en Adriaen Banckert
als commandeur.
Vervolg
|