
De blekers buiten de Oosterpoort te Groningen
ontleend aan: Harry Perton, De Blekers, De Oosterpoorter 23, nr.9, pag. 16-
In de zeventiende en achttiende eeuw lieten stadsburgers die zich dat konden veroorloven
hun vuile linnengoed door een bleker ophalen. Hij kwam daartoe voorrijden met zijn
paard en sjees of wagenslede en thuisgekomen kookte hij (of zijn vrouw, knecht of
meid) de bedde-
Blekerijen kan men dus zien als de primitieve voorgangers van onze hedendaagse wasserijen.
Midden zeventiende eeuw treft men ze aan op diverse plekken in en om de stad Groningen,
daar waar laag grasland en fris slootwater voorhanden waren; straatnamen als Bleekveid
en Blekerstraat duiden er nog op. In 1698 komt er ook een blekerij op een terrein
vlak buiten de stadswallen, vlak buiten de toenmalige Oosterpoort. Op dit terrein
bevinden zich nu o.a. de haringkraam van Lich, het Tromphuis, de grote zaal van de
Oosterpoort, het CBK, de ANWB en het parket van de arrondisse-
Die toestemming gold aanvankelijk voor slechts een jaar, maar de blijkbaar slimme Vos wist op de een of andere manier van de heren gedaan te krijgen dat die termijn telkens verlengd werd. De blekerij werd een aantal malen verkocht en kwam in 1791 in handen van Ties Sikkens.
